Een techniek voor transformatie

Hoe kunnen we, in deze vertwijfelde spirituele situatie, hulp verkrijgen van gevorderde zielen op het astrale gebied? Hoe kunnen we ons openstellen voor het hogere?

Er bestaat een oud gezegde: "Als de discipel er klaar voor is, verschijnt de meester." De discipel kan de meester niet vinden, dat is onmogelijk. Enkel de meester kan de discipel vinden. Enkel degene die zichzelf kent kan een ander kennen. Dan is het eenvoudig.

Wanneer je er klaar voor bent, begint het hele universum je te helpen. Het is niet nodig om enige astrale hulp te vragen, het is niet nodig ergens naar toe te gaan, hulp wordt er altijd geboden - een behoefte wordt altijd vervuld. Maar je moet er klaar voor zijn, je moet in een dermate geestestoestand zijn waarin de universele krachten je kunnen helpen. Dus is het niet een positief zoeken, omdat je astrale hulp niet kunt zoeken; hulp hangt af van je ontvankelijkheid, je bereidheid.

Hogere krachten zijn overal elk moment aanwezig. Ditzelfde ogenblik ben je omgeven door hogere en lagere krachten beiden, maar jij bent enkel ontvankelijk voor de lagere krachten.

Je kunt of open zijn voor de hogere krachten of voor de lagere krachten; je kunt niet open zijn voor beiden. Het mechanisme van het bewustzijn is van dien aard dat als je open bent voor het lagere je gesloten bent voor het hogere, en als je je open stelt voor het hogere je automatisch gesloten raakt voor het lagere. We hebben slechts een opening, dus is het jouw keuze welke richting je gaat.

Het eerste wat je moet begrijpen is hoe je af te sluiten voor het lagere en hoe je te openen voor de hogere krachten. Hogere krachten zijn altijd daar, maar zij kunnen niet werken tenzij je met hen samenwerkt, tenzij jij je aan hen overgeeft. Vanaf het ogenblik dat je open voor hen bent, begint het werk - als de deuren open zijn, kan de zon binnenkomen. Jouw deuren zijn gesloten. De zon is daar, ditzelfde moment klopt ze op je deur, maar jij bent in het donker. Je zult in het donker blijven, niet omdat de zon er niet is, maar omdat je deuren gesloten zijn. Jij hebt de zon niet uitgenodigd, je bent er niet ontvankelijk voor. Je bent nog steeds niet bereid gastheer(vrouw) te zijn - de invitatie is niet verstuurd.

Hoe kunnen we ons sluiten voor de lagere krachten en open zijn voor de hogere? We zijn ons niet eens bewust dat we open zijn voor de lagere krachten en toch zijn we al op zoek naar hogere krachten die voor ons kunnen werken...

Als, bijvoorbeeld iemand van je houdt, ben je altijd wantrouwig, ben er altijd in twijfel over. Is de liefde wel waarachtig? Wordt er wel echt van je gehouden? Meent diegene het wel echt of wordt je bedrogen? Als er iemand boos is, twijfel je nooit of hij echt boos is of dat hij je enkel misleidt, of hij een rol speelt of het echt meent. Dan is er geen twijfel. Het wordt altijd meteen aangenomen dat boosheid echt is, maar liefde wordt nooit vanzelfsprekend beschouwd. Je gelooft altijd in het lagere, je hebt een diepgeworteld geloof in het lagere.

Onthoudt dat geloven een opening is. Geloof betekent vertrouwen, en waar je ook in gelooft, daar ben je open voor. Een wantrouwende gemoed is gesloten omdat het angstig is. Maar tenzij je vertrouwt zul je gesloten blijven.

Het eerste waar je over na moet denken is dit: waar geloof je nou eerder in, de lagere of de hogere zaken? Je gelooft zonder meer in lagere dingen, zonder te twijfelen, zonder erover na te denken. Je gelooft in het lagere, het lagere is jouw werkelijkheid.

Toen Gurdjieff nog maar een kind van negen was, zei zijn stervende vader tegen hem: "Ik kan je niets geven behalve dit diepgaande gebeuren wat ik in mijn leven heb ervaren. Er is slechts één ding dat ik verworven heb wat ik je als erfenis kan geven: wanneer er ooit iemand boos op je is, reageer dan niet onmiddellijk, wacht vierentwintig uur en antwoord dan pas."

Later vertelde Gurdjieff dat deze simpele les zijn hele leven transformeerde - hij beloofde zijn stervende vader dat deze regel zijn hele leven bindend zou zijn. Als iemand hem beledigde, uitschold of beschimpte, dan bleef hij er getuige van zonder onmiddellijke reactie - en niet alleen uiterlijk maar innerlijk ook. Hij luisterde dan geduldig naar alles wat er tegen hem gezegd werd of hem aangedaan werd en zei dan: "Ik kan nu niet onmiddellijk reageren. Ik kom na vierentwintig uur terug. Dit is een belofte die ik mijn vader gedaan heb. Dus na vierentwintig uur kom ik terug en zal ik reageren. Het is duidelijk dat hij nooit reageerde. Na een etmaal ging hij dan terug zeggend: "Op het moment zelf kon ik niet reageren vanwege mijn belofte. Nu echter kan ik ook geen reactie geven." Zijn hele leven werd erdoor veranderd, omdat de opening voor het lagere werd gesloten. Een etmaal is een te lange periode om te wachten.

Enkel wanneer er een zekere druk is opent het gemoed zich - en dan slechts voor een ogenblik. Als je wacht, sluit ze zich weer. Als je de druk niet toestaat jou te raken, is de situatie na vierentwintig uur te koud en doods geworden. Enkel in een verhit moment is de lust tot reageren daar. Omdat boosheid onmogelijk was geworden probeerde Gurdjieff deze techniek ook op andere gebieden uit. Bijvoorbeeld seks. Wanneer de drang daar was, wachtte hij. Na vierentwintig uur was er geen drang meer: de geest werd niet langer door de lagere kracht geraakt. Na dit jaren beoefend te hebben, werd Gurdjieff zich plotseling bewust van andere openingen in zijn geest. Daar energie moet stromen en de lagere uitgang gesloten was, moest het een nieuwe uitweg vinden. Bijvoorbeeld, bij het passeren van een kerk waar een mis plaats vond en hij slechts naar de mensen keek die daar in stilte baden, werd plotseling de deur van zijn geest geopend en werd hij één met hen die daar aan het bidden waren; plotseling was zijn geest open tot iets hogers. Ook werd hij zich van een ander onbevattelijk verschijnsel bewust. Een gewoon iemand passeerde hem terwijl hij op straat liep en plotseling werd Gurdjieff zich bewust dat die persoon niet zo maar gewoon was; hij was een mysticus. Hij volgde hem dan. En iedere keer bleek dat hij voor honderd procent gelijk had.

Soefi mystici functioneren erg esoterisch, zo hebben zij geheime manieren ontdekt om herkend te worden. Indiase mystici willen de afzondering, zij willen weg van de massa. Zij trekken naar het woud, of naar de heuvels. Maar zelfs als hij naar een klooster of woud vertrekt, worden de mensen zich van hem bewust, en weldra wordt hij bekend. Stilte draagt zijn eigen boodschap. Het is zelf een boodschap, die vele dingen overdraagt.

Soefies hebben een andere methode genomen. Zij gaan niet naar een klooster, zij gaan niet naar een woud of naar een eenzame heuvel; zij willen liever deel uitmaken van het gewone leven. Zo kan een soefi mysticus bijvoorbeeld gewoon schoenmaker zijn. Hij gedraagt zich zo gewoon dat niemand in staat is te herkennen dat hij iets weet, of iets bijzonders is. Maar iemand die open is voor de hogere krachten zal zich hiervan bewust worden. Deze opening in Gurdjieff werd de basis voor zijn zoektocht naar het wonderbaarlijke. Hij volgde - zonder enige kaart, zonder enige kennis - en kwam zo uiteindelijk naar India, Egypte en Tibet.

Hij ging verder en verder - enkel zijn weg voelend, niet wetend waar hij naar toe ging - totdat hij plotseling ging voelen dat een bepaald voetpad goed was. Hij volgde dit dan. Soms eindigde het voetpad recht voor een hut waarin zich een mysticus bevond!

Wanneer je open wordt voor het hogere, beginnen er dingen op een heel andere manier te gebeuren. Maar als je alleen open bent voor het lagere, moet je in het duister tasten voor het hogere. Dat tasten is willekeurig, toevallig. Soms leer je iets of iemand kennen, maar dat is zeldzaam. Zelfs als je iemand of iets toevallig ontmoet, wat je leven totaal zou kunnen veranderen en transformeren, ben je je dit niet bewust.

Zelfs als je Boeddha ontmoet, zul je je niet bewust zijn dat je een boeddha tegenover je hebt. Hoe kun je er ook bewust van zijn? Je bent niet open voor het hogere, dus zelfs als je een Boeddha tegenkomt, zul je enkel open zijn voor zijn lagere mogelijkheden. Je zult dingen vinden die je storen zelfs in een Boeddha: Waarom eet Boeddha zo? Waarom slaapt hij op die manier? Waarom is hij zus en waarom zo? Je lagere opening zal je dingen geven om over te denken die absoluut niets met zijn Boeddha-zijn te maken hebben, en het hogere wordt gemist. Het enige wat je zult doen is kijken in de richting van het lagere. Het is zo'n oude gewoonte.

Wij geloven in lagere krachten, we zijn trouw aan het lagere, omdat enkel de deur naar het lagere in ons open is. Als iemand een ander veroordeelt geloven we hem direct; er is geen bewijs voor nodig. Daarom ook worden geruchten waar: je kunt een totaal vals gerucht creëren en dan, omdat zoveel mensen het geloven, is het mogelijk dat ook jijzelf het begint te geloven. We worden door anderen geleid. Als zoveel mensen hetzelfde zeggen, moet het wel waar zijn.

De opening tot het lagere is gebruikelijk in ons. Wees alert als een lagere kracht aan je trekt. Wees er getuige van. Sta niet toe dat je geest er zich voor opent. Alles waarvoor je open bent, grift zich heel diep binnenin je en begint uiteindelijk te werken. Dus wees constant van moment tot moment op je hoede. Zelfs als iets terecht is, waar maar lager, wees er niet open voor. Zelfs als je weet dat iemand een dief is, zeg ik toch: wees er niet open voor, omdat terwijl je erop geconcentreerd bent, wordt het in je gegrift. Deze gewoonte je op het lagere in te stellen is niet goed omdat het een hindernis vormt voor de opening naar het hogere. Boeddha heeft gezegd: "Geloof niets wat jouw normale geest denkt wat geloofwaardig is." Als ik zeg dat iemand een grote heilige is, als ik zeg dat hij totaal zuiver is, zal jouw gewone gemoed aarzelen om het te geloven. Hoe kan dit? Hij is in zijn lichaam net zoals jij - hoe kan hij zo zuiver zijn? Het ego voelt zich gekwetst, dus probeer je het op allerlei manieren te rationaliseren. Je kunt je niet iemand voorstellen die zuiverder is dan jijzelf, dus probeer je het te verwerpen. Maar als je niet in staat bent je iemand voor te stellen die zuiverder is dan jijzelf, zul je niet in staat zijn om tot grotere reinheid te komen; dan zal er geen mogelijkheid tot groei zijn.

Een christelijke mysticus Tertullianus, heeft gezegd: "Ik geloof in God, omdat ik alleen dan kan groeien." Voor Tertullianus is God niet een kwestie van feit of fictie maar van innerlijke groei. Bijvoorbeeld, zou Nietzsche tot een Boeddha hebben kunnen opgroeien. Zulk een groot potentieel, zo'n groot genie, zo'n enorme mogelijkheid! Maar hij groeide niet op tot een Boeddha; hij groeide eerder uit tot een krankzinnige. Toen hij zei: "God is dood," was dit niet een uitspraak over God; het werd een sluiten voor het hogere in hem. Als er geen goddelijkheid is, is er geen mogelijkheid boven "dit". Dan kun je niet naar God groeien.

Je gelooft niet zo gemakkelijk dat iemand zuiver kan zijn. Een Boeddha is zo zuiver dat je het niet kunt geloven - zelfs Boeddha’s eigen vader kon dat niet. Toen het nieuws hem bereikte dat zijn zoon verlicht was geworden, zou hij het volgende gezegd hebben: "Ik ken hem goed - hij is mijn zoon, mijn eigen vlees en bloed. Ik ken hem beter dan jullie. Hij is niet wat jullie zeggen." Na twaalf jaar rondtrekken keerde Boeddha naar zijn geboorteplaats terug. Vele duizenden waren zijn discipel geworden: hij was een innerlijk licht voor hen geworden. Maar zijn vader was zich hiervan in het geheel niet bewust, en toen hij hem zag, was hij erg boos. Hij was boos, daar Boeddha zijn enige zoon was - hij was zijn enige hoop - en hij had hem op zijn oude dag in de steek gelaten. Dus toen Boeddha voor hem stond zei hij: "Toch verbied ik je datgene te doen waarmee je bezig bent. Ik ben je vader! Ik houd zoveel van je dat wat je ook gedaan hebt, dat kan ik vergeten - mijn deuren zijn nog altijd open - maar vergeet al die nonsens! Ik kan het niet verdragen mijn zoon te zien bedelen in de straten." Voor hem was Boeddha enkel een bedelaar - een hippie - een rebel zou men nu zeggen. Boeddha stond daar zonder iets te zeggen. Eindelijk drong het tot zijn vader door dat hij niet geantwoord had. Zijn vader zei: "Ik weet waarom je geen antwoord hebt. Je hebt geen moed." Boeddha lachte. Hij zei: "Tegen wie spreek je nu? De zoon die je huis verliet bestaat niet meer. Ik ben een totaal ander iemand." De vader werd nu duidelijk nog bozer. Hij zei: "Probeer je me te vertellen dat ik niet weet wie jij bent? Ik heb je geboren laten worden!" Boeddha zei: "Jij hebt me doen geboren worden, maar je kunt me je niet toe-eigenen, ik ben niet je bezit. Je was enkel een passage. Ik ben dankbaar, maar zeg niet dat je me kent. Je kent jezelf niet eens dus hoe kun je mij kennen?" De vader bleef op dezelfde wijze doorpraten. Hij was niet open voor het hogere wezen dat Boeddha was geworden, hij was niet open voor de werkelijkheid die daar voor hem stond, maar enkel voor de herinnering aan Siddhartha, zijn zoon. Een hogere kracht was open voor hem, maar hij was enkel open voor het lagere. Hij gedroeg zich als een vader met zijn herinneringen aan vroeger - en zag zelfs de werkelijkheid niet die daar voor hem stond. Alles hangt dus van jou af. Boeddha is niet het alleenrecht van een bepaalde eeuw of periode; Boeddha’s kracht is altijd daar, overal. Men moet er enkel open voor zijn. Het eerste wat gedaan moet worden is je afsluiten voor het lagere. Wanneer je geest zich opent voor het lagere, eenvoudig uit gewoonte, herinner je je dan voortdurend dat je er een getuige van bent, dan zal het voorbijgaan, het zal zich sluiten. Verdoe je energie niet met het lagere. Dan verspil je geen energie, je zult je energie eerder vermeerderen, en de opgestapelde energie zal je helpen de deur naar het hogere open te gooien. Als je eenmaal de hogere mogelijkheden die er bestaan begint te voelen, is er geen enkele behoefte om aan het lagere te denken. Het lagere is verdwenen; je bent een andere wereld binnengegaan, een andere dimensie, een nieuw bestaan. En dan begin je hulp te ontvangen van gevorderde zielen.

Je vraagt: `Kunnen we in deze vertwijfelde spirituele situatie, hulp verkrijgen van gevorderde zielen in de astrale wereld?’

Je kunt zelfs op dit moment hulp krijgen! Hulp is er altijd, maar je ogen zijn gesloten.

Uit: The Great Challenge, hoofdstuk 11
Het kleine abc van meditatie

OSHO PUBLIKATIES
 
Churchillstraat 11, 7091 XL Dinxperlo
 tel. +31-(0)315 – 654 737
 e-mail:info@osho.nl

 
© Copyright teksten, foto’s en illustraties van Osho: Osho International Foundation
 © Copyright Nederlandse teksten van Osho: Osho Publikaties
 Voor informatie over kopiëren/publiceren van teksten van Osho, zie: 
www.osho.com/copyrights